Even een update voor de lezers die zich afvragen waar Aslander III blijft. Mijn studie vergt momenteel alle tijd die ik heb, maar afgelopen zomer ben ik toch bezig geweest met Aslander, en zelfs met het vervolg op deel III. Ooit zal het verhaal namelijk eindigen in het land van Mila, Servië. En ook op de berg van Mila, Tara. Ik heb er geslapen, ik heb de mist langs haar boomtoppen zien trekken, de hitte op haar flanken voelen branden en de donderbuien door het dal van de Drina horen trekken, vijf keer heen, vijf keer terug, totdat het geluid wegstierf in de verte. En ik heb het klooster bezocht waar ik ooit een icoon heb gekocht, en waar Aslander uiteindelijk ook terecht zal komen. Ik heb daar een bijzondere ontdekking gedaan, iets dat wonderlijk mooi klopt bij Aslanders wereld tot dusver, letterlijk een spiegel, dus een perfecte omkering van de situatie in zijn kerk in Leiden.

Klooster Raca, Tara


Een tijdpad? Ik hoop dat ik volgend najaar deel III, Thera’s erfenis, kan afronden. Maar, zoals gezegd, eerst de studie.

 

Hoe concentreer je je op het schrijven? Met een mooie vrouw, vier kinderen, hun vriendjes en vriendinnetjes en een hond om je heen? Gordijn dicht (zogenaamd tegen het zonlicht op mijn beeldscherm, maar stiekem ook om het uitzicht te beperken), en… koptelefoon op. Een hele goeie, ooit van het team van Radio 1 gekregen voor het inspreken van gedichten (vooral als Dichter op de Zondag). Maar nu klinkt er uit de koptelefoon heel andere muziek. Canto Ostinato (de bekende uitvoering op de vier vleugels) van Simeon ten Holt. En sinds een tip van Jaap Cramer gisteren ook af en toe wat prachtige orgelstukken van Marcel Dupré.
Canto Ostinato is inmiddels ook in Aslander III terechtgekomen. Aslander had dat natuurlijk weer niet in de gaten. Van muziek heeft hij ook al geen verstand. Het blijft een rare held.

 

Maandenlang tobben over Aslander III. Een reeks bloedhete weken (ik wil juist nooit naar Zuid-Frankrijk omdat ik dit weer niks vind – en files ook niet natuurlijk, en Fransen ook niet) waarin een schootcomputer een regelrecht drama is. En nu is het schrijven dan begonnen. Aslander is na een onwaarschijnlijk telefoontje afgereisd naar Nijmegen. Thera is dood.

 
_5169908

Ik lees mijn gedicht op het nog onaffe monument (de kroonlijst ontbreekt nog)

Het is net een detectivetitel: Aslander en de Urker schedels…
Het verhaal ligt een beetje anders.
Vanmorgen mocht ik – als ik het aan niemand zou vertellen – aanwezig zijn bij de plaatsing van het monument op het graf van de zogenaamde ‘Urker schedels’. In 2010 gaf het Universiteitsmuseum Utrecht zeven schedels terug die door een Hilversumse huisarts in 1877 van het Urker kerkhof waren geroofd. De wetenschapper zocht bewijsmateriaal voor het vermoeden dat Urkers een soort raszuivere ‘oernederlanders’ waren. De arts had in zijn eigen tas ‘oudgemaakte’ schedels bij zich, die hij op de begraafplaats bij het Kerkje aan de Zee snel wisselde voor ‘originele Urker schedels’, toen de beheerder even niet oplette. Hij speelde ze door aan een Utrechtse professor.
Mooi detail: de wisseltruc vond plaats in een gebouwtje dat destijds tegen de toren van het kerkje was aangebouwd. En dat is exact de plek waar de schedels in 2010 zijn herbegraven, en waar nu ook het monumentje staat.
Ik mocht in 2010 namens de Urkers een gedicht maken en voorlezen bij de officiële overdracht. ‘Uit aarde en uit water’ heet het. Ik heb geprobeerd bij de reden te komen waarom juist Urkers zo hechten aan een graf. Kijk maar naar het vissersmonument, dat je vanaf deze plek kunt zien liggen: te veel mensen zijn op zee gebleven, niet zelden zonder dat hun lichamen ooit teruggevonden zijn. Rouw zonder graf is veel zwaarder te dragen, omdat het letterlijk geen plek kan krijgen.
Daar komt bij dat deze zeven mensen op Urk gestorven zijn in de vaste verwachting op de Jongste Dag te zullen opstaan, bij het klinken van de laatste bazuin, en Christus tegemoet te gaan. Dat zíe je aan het monument. Voor het mooi zou het eigenlijk andersom geplaatst moeten zijn, met de tekst naar het publiek gericht. Maar alle graven zijn gericht op het Oosten, op de Olijfberg bij Jeruzalem, zodat de lichamen van de gestorvenen zo konden opstaan, Jezus tegemoet. Deze zeven anonieme schedels zijn herbegraven op een manier die recht doet aan de verwachting waarmee ze in de negentiende eeuw ter aarde zijn besteld.

Het is ronduit indrukwekkend om je eigen gedicht zo in graniet gehouwen te zien, zorgvuldig en met liefde gedaan door de firma Eijgelaar uit Kampen. Het is echt een plek geworden – het Kerkje aan de Zee was toch al een van de mooiste plekken van Urk – om even stil te staan. Bij wetenschap en ethiek, bij verleden en heden, bij dood en leven.

Het net voltooide monument

 

Vanmorgen kreeg ik een mail van de leesgroep in Wapenveld.

Dag,

Als leesgroep hebben we deze week het tweede deel van Aslander besproken.
Evenals het eerste deel waardeerden we het met het cijfer 9, evenals eerder het eerste deel.
Geen eenvoudig boek om te lezen, veel personen en verschillende situaties. We vinden het knap om zo met taal te kunnen omgaan, karakters en situaties te beschrijven in zinnen met weinig woorden, maar met heel veel inhoud.

De vraag hield ons bezig waarom er zoveel aandacht werd gevraagd voor de moord op de predikant in het verleden. Is dit de vergelijking met de geestelijk verzorger, waarvan je toch echt niet verwacht dat hij een moord zou plegen?

We bespreken een heel wisselend repertoire. Varieërend van: de brand van Rome, de Tweeling, maar ook Tonio.

We kijken uit naar het volgende deel, want er bleven nog vragen over de persoon van Asaf Mori en natuurlijk de geheimzinnige figuur Thera.

Veel succes gewenst,

Antwoord:

Beste meelezers,

Jullie lezen goed. Inderdaad moet het vervolg nu ofwel over Thera gaan of over Asaf Mori. Asaf is een schimmige, onvoorspelbare figuur, er gaat dreiging van hem uit. Hij is het type dat in een van de volgende delen misschien ineens weer opduikt. Ik weet nog niet genoeg van hem om te kunnen beoordelen of hij een hele roman zou kunnen ‘dragen’.
Thera kan dat zeker wel. Dat is een fascinerend mens, vind ik. Waarom is ze weg? Ik weet het niet. Er is iets met haar aan de hand. Lezers denken nog wel eens dat schrijvers alles vantevoren weten, maar voor mij is het schrijven van deze boeken echt een verkenningstocht. Ik had niet verwacht dat Thera ineens zou verdwijnen, dat gebeurde gewoon, en nu wil ik weten waarom. Zij zal dus in het volgende boek een hoofdrol spelen.

Nu jullie vraag. Zoals je weet heeft Mila een historische tic. Ik denk dat ze eigenlijk geschiedenis had willen studeren, als ze niet gevallen was voor de glans van de sportcarrière – met alle gevolgen vandien. Mila worstelt met haar eigen verleden, ik denk zelfs dat ze er een beetje voor wegloopt. Ze stort zich op het verleden van anderen terwijl ze eigenlijk iets in zichzelf zou moeten aanpakken.
Zij introduceert in het eerste boek Hidde Kat, en in het tweede boek Jacobus de Cliever. De Goese predikantenmoord heeft trouwens echt plaatsgevonden, ik heb er archiefonderzoek voor gedaan (zie op de Aslanderwebsite www.aslander.info het bericht op 3 november 2012).
Waarom die predikantenmoord? Omdat het een prachtig verhaal is natuurlijk. Maar ook omdat het allerlei linkjes heeft naar het boek. Nicolaas van der Velde, het slachtoffer van De Cliever, was een jonge, charismatische predikant, maar uit de kerkelijke archieven (classis Goes) blijkt ook dat hij wel een beetje arrogant was, en misschien zelfs wel wat lui. Hij was ongetrouwd, maar bij hem in huis woonde een huishoudster (heel gewoon in die tijd). Maar in het verslag van de Hoogbaljuw van Middelburg zit hier iets onregelmatigs, iets dat niet verder benoemd wordt.
Nou, ik gebruik dit verhaal eigenlijk vooral om Aslander in de spiegel te laten kijken. Want in veel van die opzichten lijkt het slachtoffer op Aslander. Jong, begenadigd spreker, charismatisch, beetje lui – maar niet arrogant, geloof ik. En als Aslander eerlijk is, heeft hij ook wel wat van De Cliever weg: onzeker tot op het bot, twijfelend aan zichzelf en aan zijn geloof – maar niet zo grof en aanstootgevend als De Cliever. Ook De Cliever had trouwens een huishoudster, maar van hem is bekend dat hij in elk geval seksuele toespelingen naar haar maakte (hij kleide een keer een penis waarmee hij haar zo liet schrikken dat er een openbaar schandaal van kwam…).
Aslander woont ook steeds opvallend samen met een ongetrouwde vrouw. In elk geval voor de duur van de eerste twee romans. Ook tussen hen gebeurt niet wat je zou verwachten. Hij is eerder bang dat de liefde die hij op een preekstoel uitstraalt te dun zal blijken als hij zelf een relatie zou aangaan… en toch is hij niet ongevoelig voor Mila. Wat is daar aan de hand?
Kortom: de domineesmoord is natuurlijk een hint voor de oplossing – zoals Hidde Kat dat in deel 1 ook al was. Aslander begrijpt al lezend in Mila’s documentatie over de domineesmoord ineens wie hij hebben moet. En het is een spiegel voor Aslander zelf. Maar ondertussen hoop ik dat het ‘spiegelverhaal’ de lezer ook helpt om nieuwe vragen te stellen bij mijn hoofdpersoon. Wie is hij? En hoe moet dat verder? Het spiegelverhaal moet lezers uitnodigen mee te denken, zelf verhalen te verzinnen bij mijn hoofdrolspelers.

Ik vind het mooi als zo’n historisch verhaal meer is dan een spiegel of een hint. Ik wil dat er in een detective altijd meer gebeurt dan alleen dat er een moord wordt opgelost. Ik ben nieuwsgieriger naar mensen dan naar moorden :)

Welaan! Ik hoop dat dit jullie vraag beantwoordt. En anders hoor ik het wel weer. Dank voor jullie mail. Het helpt me om werk te maken van Aslander 3.

Hartelijke groet,
Rien.

 

Bart Jan Spruyt twitterde zijn ontroering over het schitterende afscheidskwatrijn dat Menno van der Beek schreef voor de paus. Het stond voor op de zaterdagbijlage Zeven van het Nederlands Dagblad.

Sede Vacante

Uw broze lichaam, oude vader, is te moe
voor onze camera. U gaat naar binnen toe
waar teksten zijn, en het geluid, van fluisteren –
bedankt, van ons uit Nederland, nog, voor die boeken.

Menno van der Beek.

Ik bedacht ineens: hoeveel tekens zou zo’n kwatrijn bevatten? 195 dus. Te veel voor een tweet. Maar op zich zou het moeten kunnen: een kwatrijn in een tweet. Iets bondiger formuleren en je bent er. Een #twitrijn. Google: 0 hits. Twitter: 0 hits. Het woord bestaat nog niet. Nu wel. Geïnspireerd op Menno’s vers uiteraard, als hommage:

Pontifexit

Hij treedt vermoeid terug
in de tijd, op de tast, op de groei.
Een vader wordt weer broer.
Dag Jozef, dag, tot straks.

Hm. Poëzie is altijd inhoud en vorm. Ik geloof dat ik de komende tijd die vorm eens ga verkennen. Gewoon, omdat je ook eens iets anders moet doen dan puzzelen op Aslander III :)

Even de regels van het spel: twitter is een kort, snel medium. Een kwatrijn telt vier regels.Een #twitrijn is:
1. Een vers van vier regels
2. bij een actualiteit die in de titel blijkt
3. dat past in één tweet
4. dat afgesloten wordt met #twitrijn (kost negen tekens, maar je wilt tenslotte ook publiek)
Hooggeëerd publiek! Genieten van twitrijnen? Volg ze op twitter via de hashtag #twitrijn

En om er een beetje in te komen, zojuist getweet naar aanleiding van het schaatsen in Erfurt:

Smeekens

Trek deze les, mijn zoon, kom tot
dit slot: verkieslijker is het
te mikken op de volle ronde
dan te vallen in het schot.

#twitrijn

Vervolg, ‘s middags om een uur of vijf:
Je kunt er vervolgens natuurlijk donder op zeggen dat Kees van Egmond (alias @KeesvanE) er zo een uit zijn mouw schudt als De Telegraaf meldt dat Zeeman ondergoed met Playboykonijntjes uit het schap moet halen:

Playboy

Wil je hun konijn gebruiken
op je slipjes, doe het straight,
van katoen, geen polyester
anders word je uitgekleed.

3/3/2013
Bij het nieuws dat een Amerikaan verzwolgen is in een gat onder zijn slaapkamer – de politie heeft zelfs het zoeken gestaakt – dichtte Jan Drost vandaag:

Sinkhole

Ik ga slapen, ik ben moe.
Droom met mij een gat in deze dag
en sta mij toe niet meer te zijn.
Maar vind me slapend terug.

#twitrijnvandedag?
Lees ook de andere twitrijnen door te zoeken op #twitrijn.

 

Het Koninkrijk der Nederlanden kent twee Rijkstalen: Nederlands en Fries. Maar ook andere talen vechten voor officiële erkenning. Moet het Urkers dat ook doen? Donderdagavond 14 februari organiseert de dialectkring Urk met (en in) de bibliotheek een avond over het Urker dialect. De onvolprezen website Opurk.nl meldt daarover:

Rien van den Berg in de bibliotheek
De SCAB en Stichting Urker Taol organiseren donderdag 14 februari een avond met Rien van den Berg in de bibliotheek. De coauteur van ‘Dat is andere taal’ vertelt over het boek, waarin het Urker dialect een grote plaats inneemt. Verschillende vragen over dialecten, en het Urkers in het bijzonder, komen aan bod. Na de pauze geeft Stichting Urker Taol een heuse inburgeringscursus aan de burgemeester, die onder andere woorden moet ontrafelen. Ook andere aanwezigen mogen meedoen met de ‘taaltest’. De onderdelen worden afgewisseld met Urker columns (150tigertjes).

Kosten voor de bijeenkomst bedragen vijf euro en zijn te koop in de bibliotheek. Donateurs van de SCAB en Stichting Urker Taol kunnen een gratis kaart afhalen. Iedereen die op de avond zelf donateur wordt, mag alsnog gratis naar binnen. Aanvang is acht uur, iedereen is van harte welkom.

 

Viking? Hoezo?


Van ‘t weekend ben ik uitgemaakt voor Viking der Letteren. Aanleiding: een overzicht christelijke literatuur in het Reformatorisch Dagblad (http://www.refdag.nl/dossiers/overzicht-dossiers/boeken/christelijke-literatuur). ‘Viking met leeuwenmanen’, typeerde de krant. Dat laatste is niet nieuw. Jaren geleden vroeg een meisje in gemeente waar ik regelmatig als voorganger kwam, ‘s morgens voor kerktijd aan haar moeder: ‘Mama, hebben we vandaag weer dominee De Leeuw?’ De moeder moest even diep nadenken, maar toen ze zag wie er voorging – vertelde ze na de dienst grinnikend – kon ze de vraag wel plaatsen.
Maar waar die Vikingassociatie vandaan komt…
De bovenstaande foto heeft trouwens in een Franse krant gestaan. Tijdens een reis naar Denemarken met een internationaal gezelschap van journalisten, bleek er zo gauw geen acteur voorhanden die een viking kon spelen voor de foto’s. Er volgde een typisch gevalletje typecasting :)
Nou, een grote groet dan maar van
De Viking der Letteren…

 

Geregeld tweets als die van Embert Messelink: ‘Afgelopen weekend met plezier Aslander2 van @rienschrijft gelezen. Open eind doet verlangen naar Aslander3. Wanneer?’

Ik zit net op de krant het in memoriam te schrijven van streekromanschrijfster Julia Burgers-Drost, die onder eigen naam en twee pseudoniemen, bij drie verschillende uitgevers boeken uitgaf tot wel drie per jaar. Ze verkocht er in dertig jaar een miljoen.

Wat wil ik hier eigenlijk mee zeggen? O ja, Embert en anderen: bedankt voor het enthousiasme en de aanmoediging. Maar schrijven als Julia Burgers-Drost, dat lukt mij niet :)

 

Het beeld dat een belangrijke rol speelt in Aslander III (zie de berichten en het fragment uit Aslander III hieronder) is terug in de galerie van Geert Weerstand op Urk. Wie het wil bezichtigen kan dat dus vanaf nu dus doen.
Of beter: nog éven wachten. Dan kun je het combineren met een wandeling over het kruiende ijs rond de oude vuurtoren. De ijsperiode houdt een keer op, en ook dooi en wind leveren spectaculaire natuur op.

Wie er niet op wachten kan:

okkeweerstand.nl
of
geertweerstand.nl

© 2012 Rien van den Berg