Prikkelend, de stelling van Gert van de Wege, cultuurcolumnist van het Nederlands Dagblad: Aslander had platter gemoeten.
Van de Wege reageert op een opmerking die ik maakte in een interview met Enny de Bruin van het Reformatorisch Dagblad, dat proza van christelijke schrijvers vaak topzwaar is. Van de Wege is het daar mee eens. Hij schrijft in zijn ND-column: ‘Wie de boeken van christelijke literaire schrijvers een beetje bijhoudt, zal het erkennen: maar weinig auteurs zijn zo goed dat hun boeken het gewicht van het door hen gekozen thema kunnen dragen.’

Maar vervolgens schrijft Van de Wege iets dat discussie verdient: ‘Er is één belangrijke valkuil voor de detectiveschrijver, en daar staat het bordje ‘psychologie’ bij. Laat de detective denken, puzzelen en peilen wat hij wil, maar maak hemzelf niet te problematisch. Wie van de speurneus een tobber wil maken, kan beter een psychologische roman gaan schrijven. Laat de detective een flat character zijn.
Deze valkuil heeft Van den Berg in Aslander niet geheel vermeden. Hij wil meer bieden dan een moordverhaal: dominee Aslander lost niet alleen een moord op, maar ligt ook met zijn gemeente overhoop en nog meer met zichzelf. Het kruisen van een detective met een psychologisch-levensbeschouwelijke roman levert een boek op dat toch enigszins mank gaat aan het euvel dat Van den Berg zelf in het RD beschreef: het wordt topzwaar door de goede intenties van de auteur. Een geval van bloed dat kroop waar het niet gaan kon?’

De schrijver is wel de laatste die over dit soort dingen het laatste woord kan spreken. Zegt u het maar.

 

Vergeet dat van dat slotakkoord. De boekenweek is voorbij, maar de reacties van lezers blijven binnenstromen. Blikvernauwing, denk ik: na zo’n week denk je dat iedereen het nu wel gelezen zal hebben, terwijl het gros van de lezers er natuurlijk nog aan moet beginnen. Of het boek allang in een hoekje heeft gemikt :) . Nou, de reacties zijn natuurlijk welkom… reageer maar op dit bericht.
En vergeet niet in de rubriek rechts mee te denken met de volgende delen!

 

Aslander is nieuws op de veerboot naar Ameland

Grote grap: toen we zaterdagmorgen met het gezelschap van de Aslanderdagtocht op de veerboot naar Ameland zaten, kwam op de informatieschermen het nieuwsbericht van Persbureau Ameland voorbij over de roman Aslander. Ik zat natuurlijk weer vrolijk te orakelen tegen mijn tafelgenoten, stiekem hopend dat de boot zou vastlopen, waardoor ik het helemaal niet zag – maar een paar groepsgenoten die wél hun ogen open hadden, kwamen het melden. Wij wachten, met de camera in de aanslag tot het bericht opnieuw voorbij kwam. En jawel. Let ook op het NOS-bericht daaronder :)

De dagtocht was heerlijk. We hebben bijna geen plek overgeslagen. De Blauwe Pastorie, het graf en het standbeeld van Hidde Kat, het hekje bij de voortoren waar Mila en Aslander uitpuften tijdens hun hardloopwedstrijd, strandrestaurant The Sunset (dat met een groot bord bij de ingang aankondigde: hedenavond de mooiste zonsondergang van Nederland), de zee, het strand, de duinen, om te eindigen in de gastvrije Herberg de Zwaan.
We zagen wat de personages uit de roman zagen. Want alle plekken bestaan echt. Alleen de Blauwe Pastorie had ik een beetje verbouwd, omdat ik Mila en Aslander even samen voor dat haardvuurtje wilde zetten (blz.23).
We aten wat de personages uit de roman aten. Want die gerechten staan in The Sunset gewoon op de kaart. Ze schotelden ons de vegetarische tagliattelle met spinazie voor, met een saus op basis van witte wijn en groene kruiden, met noten. Vegetarisch. Het gerecht dus dat Mila uitkoos toen ze Aslander voor het eerst in The Sunset had uitgenodigd (blz.49).
We liepen na het middageten een stuk door over het strand en door de duinen (hoofdstuk 7). Voor een ontbijtje in De Zwaan (onder meer blz.113) was het daarna uiteraard te laat, maar de koffie was er ook goed en de enorme schaal met warme hapjes ging gretig van hand tot hand.
Tijdens de strandwandeling zei een van de deelnemers tegen me: ‘Dit is echt heel bijzonder. Ik heb het gevoel dat ik in een verhaal rondloop.’ Dat was wel de mooiste formulering van wat er zaterdag gebeurde. Het boek zuigt je mee in de verzonnen wereld van Aslander, Mila, Egge, Thera en Bülent. Fictie dus… waarin je even later gewoon kunt rondwandelen, doordat de plekken uit het boek ook in het echt bestaan.

Even hoopte ik nog dat we een toegift cadeau zouden krijgen: op de terugweg was het extreem laagwater. Grote waterwolken van bruine modder woelden achter de veerboot op. Maar vastlopen… nee. ‘s avonds mailde Peter de Uitgevert het bericht van de website van het Nederlands Dagblad dat die middag een rubberbootje met drie inzittenden urenlang had vastgezeten op het wad. ‘SORRY’, mailde hij: ‘Het lukte me vandaag niet met de veerboot.’ Op de dag dat ik mijn definitieve manuscript inleverde, liep ‘s middags de veerboot naar Schiermonnikoog vast – wat ongetwijfeld een generale repetitie was voor de dagtocht van zaterdag. Maar ja: een geslaagde generale levert niet altijd een goede uitvoering op. Misschien op 21 april, als de tweede Aslanderdagtocht plaatsvindt (inschrijven? zie de website van het ND).

Aankomen bij Boekhandel Riemer in Groningen werd door Janny Riemer en haar zoon Harmen voorzien van een nieuwe betekenis. Aankomen, yeah. Ze schotelden ons onder meer heerlijke stoofpotten voor, met krieltjes uit de oven, penne uit de pan… Heerlijk. Ik zie nu alweer uit naar 21 april. Dan gaat er een speciale gast mee, heb ik horen verluiden. I will say no more.

 

Nog één avond.
Na de mannenavond (men only) in de boekhandel van Heerco Walinga in Ermelo, gisteravond, maken we ons op voor alweer de laatste Aslanderavond van deze boekenweek. Na een tocht langs Barneveld, Veenendaal, Hilversum, Lemmer, Apeldoorn, Urk, weer Veenendaal, Dronten, Ameland, Assen, Leerdam, Rotterdam, Zeewolde, Zwolle en Ermelo, volgt nu dus Groningen, als afsluiter. Iedereen is welkom bij Boekhandel Riemer in de Ebbingestraat.
Zaterdag uithijgen op de bank? Ha! Nee, zaterdag naar Ameland. Alweer. Met een groep Aslander-lezers ditmaal. Plekken uit het boek bezoeken. De Blauwe Pastorie, Herberg de Zwaan, het huis aan de burenlaan in Hollum – kijk maar op Funda, het staat écht te koop – The Sunset natuurlijk, maar ook het standbeeld en het graf van Hidde Kat. Een heerlijke dag dus, met nog heerlijk weer ook – maar volgeboekt. Wie nog een keer mee wil naar Ameland, kan op de site van het Nederlands Dagblad (zie de link hiernaast) nog intekenen voor de herkansing op 21 april.
Maar voorlopig zit ik lekker in het zonnetje in mijn eigen achtertuin. Nog eventjes. Met een glas zelfgemaakte citroen-basilicumlimonade. Zie ook daarvoor het ND van morgen :)

 

Gisteravond, tijens een Aslanderavondje in de bibliotheek van Zeewolde, kwam het weer ter sprake: het kerkje van Aslander. Dat bestaat echt. Het is de Oud Katholieke Kerk in Leiden, aan de Zoeterwoudse Singel. Priester Paul Brommet is tevens straatpastor en dus een van de rolmodellen naar wie mijn hoofdpersoon geboetseerd is.
Er is eigenlijk geen mooier moment om dat kerkje te gaan bekijken dan op 1 april aanstaande. Dan zingt een projectkoor daar namelijk de Matteuspassie van Heinrich Schütz, een van de muzikale wegbereiders voor Johann Sebastian Bach – die een veel beroemdere Matteuspassie schreef, die echter een veel langere zit is.
Eén probleem: het kerkje is in het echt nog iets kleiner dan in mijn boek. Er kan honderd man in, en dat is het wel zo’n beetje. Met andere woorden: het kerkje is prachtig, het muziekstuk ook, de toegang is vrij, er is dus geen beter moment om het te bekijken dan op 1 april… maar DOE HET NIET.
(en wie het toch van plan is: www.okkleiden.nl)

 

Joke Adema maakte voor het Radio 1-programma Dit is de dag een reportage over Hidde Kat en Aslander. Met Ernst Daniël Smid in de rol van commandeur Hidde Kat.
Terugluisteren? Dit is de link:

http://www.eo.nl/radio/ditisdedag/artikel-detail/walvisvaarder-komt-tot-leven/

 

Wat lezen mensen goed!
Een man analyseerde haarfijn welke problemen ik in de volgende delen van Aslander zal moeten oplossen.
Een mevrouw begreep helemaal goed dat Mila nog een keer terug moet naar Servië om Aslander daar in iets mee te sleuren – Maar in wat?
(daar ben ik nog niet uit, dus dat wordt in elk geval niet in deel 2)
Een man vertelde dat hij normaalgesproken alleen non-fictie leest, maar tot zijn verbazing vaststelde dat hij van de roman zo veel kon leren. Dat is helemaal mijn ervaring: ik ben ook een fanatiek informatielezer, maar als ik echt voor vragen kom te staan, helpen fragmenten uit romans en gedichten vaak veel beter dan alle kennis uit nonfictieboeken.

Kortom: geweldige avond gehad, gisteren, bij boekhandel Van Rietschoten in Rotterdam. Voor het eerst een avond waarop negentig procent van de aanwezigen het boek ook echt gelezen had, en dat kon je gelijk merken. Ik heb een hoofd vol adviezen en ideeën meegekregen voor de volgende delen van Aslander.
Heb jij ook een idee over hoe het verder moet? Reageer dan op de rubriek ‘meedenken’ hiernaast!

 

De tweede week van de Boekenweek is het drukst. Hieronder een lijstje. Voor meer informatie: check de rubriek ‘agenda’ hiernaast.

Maandag: eerst naar het Statenbijbelmuseum in Leerdam om de Kastricumbijbel te bekijken (zie een blog eerder). Daarna naar Rotterdam, naar boekhandel Van Rietschoten, voor een Aslander-avond. Waarschijnlijk met ontroerend nieuws, vers uit het Statenbijbelmuseum.
Dinsdag: naar de bibliotheek in Zeewolde, voor het Zeewoldens Dictee en een Aslander-avondje. Zouden ze in Zeewolde net zo goed kunnen spellen als op Urk, waar ik afgelopen donderdag het dictee mocht afnemen? Onder de deelnemers Marret Kramer, de winnares van het Groot Dictee der Nederlandse Taal van afgelopen jaar. Kampioen van Nederland en België dus. Ze verdedigde haar titel succesvol, maar met slechts één punt voorsprong op de nummer twee, en twee punten voorsprong op drie gedeelde derdeplekkers! Benieuwd naar het niveau in Zeewolde…
Woensdag: Aslander-avond bij Boekhandel Goedhart in Zwolle. Vrijdagavond waren we bij Boekhandel Goedhart in Assen. Daar stapte ineens een hele horde Aslanders binnen, zeven, acht mensen met allemaal de achternaam van mijn hoofdpersoon. Benieuwd wat Joost en Truus Goedhart woensdagavond in Zwolle hebben bedacht!
Donderdag: Uniek: men only. Een mannenavond in Boekhandel Riemer en Walinga in Ermelo. Met bitterballen en een bierproeverij… maar zonder vrouwen!
Vrijdag: Het daverend slotakkoord, de Riemer-tweedaagse. Vrijdagavond een Aslanderprogramma in boekhandel Riemer in Groningen. En daarna…
Zaterdag: Een door het Nederlands Dagblad en Boekhandel Riemer georganiseerde dagtocht met Aslanderlezers naar Ameland. We bezoeken de Blauwe Pastorie, het huis aan de Burenlaan, we krijgen koffie in Herberg de Zwaan, we eten in The Sunset wat Aslander, Mila, Egge en Thera daar ook aten, we bezoeken het standbeeld en het graf van Hidde Kat, we wandelen langs het strand en door de duinen… en we eindigen de dag aan een rijk gevulde tafel in Boekhandel Riemer – die inderdaad ook over een bistro beschikt!
Lekker gemaakt? De dagtocht op 24 maart is volgeboekt. Maar vanwege de grote belangstelling is er een extra gelegenheid op 21 april. Met een verrassingsgast. Mee? Bel het ND.

 

Gisteren kondigde ik nieuws aan. Voor de draad ermee.
Vandaag op Ameland terug geweest met Peter de Uitgevert en en Joke Adema, verslaggeefster van Radio 1. Het graf bezocht van de legendarische Hidde Kat, de Willem Barentsz van Ameland. Zijn standbeeld komt in Aslander voor, als Mila en Aslander aan hun ‘hardloopoorlog’ beginnen.
Hidde Kat maakte deel uit van een vloot walvisvaarders die in het najaar van 1777 actief was in de Noordelijke IJszee. Hij was commandeur van de brik Jufvrouw Klara. Het ging dat najaar helemaal mis. Alle schepen in de omgeving werden letterlijk gekraakt in het ijs, veel zeelieden kwamen om. Slechts een klein groepje mannen wist zich op een ijsschots in veiligheid te brengen. Onder hen Hidde Kat.
Veilig waren ze daar niet. Kat vertelt onder meer dat hij tussen twee andere mannen sliep – die ‘s anderendaags beiden doodgevroren bleken. Na een barre tocht bereikten ze de kust van Groenland, maar ook daar waren ze niet veilig. Er was geen beschutting en geen eten, en als ze niet door een paar ‘wilden’ (Inuït, Eskimo’s) gevonden en geholpen waren, waren ook Kat en de zijnen omgekomen.
‘Ongedoopte wilden’, noemt Kat hen. Maar lees daar geen spoor van veroordeling in. Even later schrijft hij in zijn herinneringen aan de tocht: ‘De overgroote liefde dier wilde menschen, welke waarlijk die van vele Christenen te boven gaat, maakte onze harten weemoedig en dankbaar tot God. (…) Het scheen ons, als of wij in ons eigen huis waren. Zij verkwikten ons met eene soort van soep van Zeehonden of Robbevleesch met water gekookt.’
De Inuït brachten hen in veiligheid en ook terug naar de bewoonde wereld.
Tot zo ver het verhaal van Kat. Nu het nieuws.

Aslander was nog niet eens uit, of ik werd gebeld door de directeur van het Statenbijbelmuseum in Leerdam. Hij had in de voorpubliciteit gelezen dat het verhaal van Hidde Kat erin voorkwam. Welnu, zei hij: het verhaal van Kat kende hij niet goed, maar de gebeurtenis in 1777 kende hij wel. Uit een topstuk van zijn museum: de familiebijbel van het Noord-Hollandse redersgeslacht Kastricum. In die Bijbel hield de familie van pakweg halverwege de zeventiende tot pakweg halverwege de negentiende eeuw haar wel en wee bij. Geboortes, huwelijken, overlijdens…
Geschiedenis wordt meestal geschreven vanuit het standpunt van de overwinnaars of in elk geval de overlevenden. De Kastricumbijbel onthult de rauwe keerzijde van het heldenverhaal van Hidde Kat.
In december 1780 overlijdt Barber Walig, amper dertig jaar oud. Ze is de echtgenote van Claas Janszoon Kastricum, commandeur op een van de schepen in de vloot van 1777. Een collega van Kat dus. Maar het is niet Claas Jansz die dit droevige feit opschrijft. Wie wel? Dat is raden, misschien hun zoon Jan, hoewel die toen nog erg jong was, die de Bijbel erfde. De schrijver vermeldt het overlijden van Barber Walig – en voelt zich tegelijk gedwongen uit te leggen waarom het niet haar echtgenoot is die deze aantekening opschrijft. Dan komt hij met de feiten op de proppen: ‘Haar man Claas Kastricum in ‘t jaer 1777, op 11 oktober, zijn schip 10 mijl beoosten Stadenhoek in het Westijs gebleven, zijnde daer met groote (meer dan) 200 man aan lant gekomen, daer weijnige van bij de wilden gekomen en teregt gekomen zijn, dog de overige tot heden geen berichten.’
Gelijk een paar deskundigen gebeld natuurlijk. De Kastricumbijbel was hen niet bekend. En juist deze Bijbel laat emotionele keerzijde van het legendarische verhaal zien: in 1780 hadden in elk geval twee van de overlevenden van de grote poolramp hun verhaal al gedaan. In datzelfde jaar schrijft Hidde Kat zijn memoires – en hij is duidelijk over het lot van Claas Jansz: hij heeft ooggetuigen gesproken die gezien hebben hoe het schip van Kastricum gekraakt werd en verging. Kat is stellig: Claas Jansz is daarbij omgekomen.
En nu precies die laatste conclusie staat niet in de Kastricumbijbel. Alsof de schrijver er niet aan wil – de feiten niet onder ogen kan zien.

Ik moet daarbij denken aan Urk, waar ik opgroeide. Het vissersmonument bij het kerkje aan de zee. Eindeloze rijen met namen van omgekomen vissers. ‘Op zee gebleven.’ Als een visser overboord slaat of een schip vergaat, zullen alle vissers die maar enigszins kunnen bijspringen een zoekactie op touw zetten. Ook als ze weten dat de overlevingskans nihil geworden is. Waarom?
Aan de vaste wal geldt het spreekwoord ‘Zo lang er leven is, is er hoop’. In zeemansgemeenschappen hanteert men een rauwere variant: ‘zo lang er geen dode is, is er hoop’. Als er geen lichaam gevonden is, kan eigenlijk de rouw niet goed beginnen. Het overlijden kan, letterlijk, geen plek krijgen in de harten van de nabestaanden.
Het is het principe achter moderne succesprogramma’s als Vermist: juist de gedachte dat iemand misschien nog ergens is, in leven, maakt het gemis moeilijk te dragen.

We stonden vanmorgen op Ameland bij de grafsteen van Hidde Durkszoon Kat. Hij overleefde – ternauwernood – de poolramp. Hij startte een handelsimperium in Hamburg en keerde op het laatst van zijn leven terug op Ameland, zijn eiland. Daar stierf hij als een van de rijkste inwoners van het eiland. Daar werd hij begraven.
En hoe. De steen is uitermate sober. Een rechthoekig paaltje, meer eigenlijk niet. Aan de achterkant hooguit ruw afgewerkt, aan de voorkant slechts voorzien van vijf letters: H D Kat. Geen jaartallen, niets. Uiterste soberheid van een schatrijk man, die – vul ik maar in – nooit vergat dat hij de dood in de ogen had gezien.

De radioreportage van Joke Adema is dinsdag aanstaande te beluisteren op Radio 1.
Binnenkort zullen we dit blog voorzien van de foto’s die we vandaag gemaakt hebben.

 

Ik mag er nog niks over zeggen, maar twee Nederlandse musea staan op het punt een persbericht uit te brengen. Daarin melden ze een ontdekking die gedaan is nadat de directeur van één van de musea mijn roman Aslander gelezen had! Is dit geheimzinnig genoeg? Binnenkort hoor je er vast meer van. In elk geval dinsdagmorgen in een reportage op Radio 1.

© 2012 Rien van den Berg