Vannacht een tweet gelezen van een lezeres die in slaap viel met (niet van!) Aslander II. Ik viel zelf in slaap met een kop die spookte van Aslander III. Maar daarom ben ik niet minder blij met het oordeel van Crimezone.nl over Aslander I! Aslander is een aangename verrassing. Het is een fris, eigentijds detectiveverhaal, geschreven in een pakkende schrijfstijl met korte, krachtige zinnen.
Maar écht blij ben ik met deze conclusie van de recensente: Aslander is een een dominee, maar ‘denk nu niet meteen: hè gatsie, een christelijk boek, daar begin ik niet aan. Want dan zou je een interessante detective missen! Natuurlijk zit er ook een christelijke component in het verhaal, maar die is mooi verweven in een goed opzette plot.’ Slotzin: ‘Wat mij betreft heeft de auteur met Aslander een goede aanzet gegeven tot een interessante serie detectiveverhalen, die ook de niet-kerkelijke lezers aan zal spreken.’

Zie voor de hele recensie: Crimezone.nl. Voor meer recente recensies zie hiernaast onder het kopje ‘pers’.

 

Het beeld Saving mankind, dat een (letterlijk) cruciale rol speelt in Aslander III

Dit is het beeld dat op Aslander een overweldigende indruk maakte (zie het eerste romanfragment, in het blogbericht hieronder).

Het beeld van Okke Weerstand is op afspraak te bezichtigen in de galerie van zijn oom, Geert Weerstand, in het oude hart van Urk (Wijk 2-92). Op zijn website zijn meer foto’s te zien. Okke maakt het in een eerste oplage die beperkt is tot een maximum van twaalf exemplaren. Zoals het beeld zijn werk doet in ons huis, zo kan het dat ook in uw huis doen. Of in een kerk.

Wie het beeld bestelt, kan het in de Stille Week van 2013 al zijn plek geven, om het zijn werk te laten doen. Op vrijdagavond 15 maart zal het beeld tijdens een speciaal moment op een nader te onthullen plaats aan u overhandigd worden.

Voor meer informatie of een afspraak tot voorbezichtiging: info@okkeweerstand.nl.

 

Voor de draad ermee. Het eerste fragment uit Aslander III. Binnenkort volgt het beeld.

“De kamer was keurig, op het stijve af. De inrichting was niet klassiek en niet modern – en ook niet heel persoonlijk. Alles lag op de plek waar je het zou verwachten, waar het hoorde. Eén boek lag open op tafel, de andere stonden in keurige rijen in kasten, waar op ooghoogte een plank was uitgespaard voor een grote steen, die van binnen hol was en allemaal paarse kristallen bevatte. Geen stof, besefte Aslander. Nergens stof. Toen zag hij dat Mila midden in de kamer stilstond, en roerloos en zwijgend staarde naar een plek aan de muur. Hij volgde haar ogen.
Ineens zag hij wat zij zag. De aanblik raakte hem vol in zijn gezicht. Hij voelde het bloed uit zijn wangen wegtrekken, het gewicht van zijn lichaam in zijn onderbenen zakken, en werd licht in zijn hoofd. Het was of hij alleen nog maar uit geest bestond, op aarde gehouden door het gewicht in zijn voeten.
En uit ogen. Ogen die de man zagen die aan de muur hing.
Een verscheurde man. Een man die alleen nog bestond uit een pols waar een lange spijker doorheen gedreven was. En een hand die de tevergeefs probeerde de spijker te pakken. En uit een hoofd dat probeerde de vonkende pijnscheuten te verwerken, een afgemat hoofd, half hangend, proberend omhoog te komen uit de pijn om zich te concentreren op wat die pijn veroorzaakte. Uit ogen, prikkend van zweet en van bloed, die probeerden zicht te krijgen op de spijker, slechts een armlengte verderop en tegelijk onbereikbaar ver weg – alsof hij in de oorzaak van de pijn de motivatie vinden kon om haar te verdragen.
De hand, zag Aslander nu, probeerde niet de spijker uit te rukken. De vingers spreidden zich haast zorgzaam uit, alsof ze de spijker zegenden. Alsof ze iedereen zegenden die naar deze spijker staarde, en de pijnscheuten voelde die de man aan de muur moest voelen.

Het was de man die hij ontmoette als hij de preekstoel op moest in zijn kerk in Leiden. Dezelfde. De man die hem aankijkt. De man die draagt wat niet te dragen is. De man die op zijn schouders krijgt waar hele werelden aan kapotgaan.
En eraan kapot gaat.

Aslander had nog nooit zo’n beeld gezien. Beschadigde crucifixen, gered uit de puinhopen van uitgebrande, gebombardeerde of ingestorte kerken, die kende hij wel. Maar aan dit beeld lag een keuze van de kunstenaar ten grondslag: de rechterarm van de gekruisigde was weggelaten, afgerukt als een onbelangrijk detail. Zelfs het kruis was weggelaten, het ruwe hout waartegen de kapotgegeselde rug urenlang had geschuurd. Alle emotie was samengebald de armlengte tussen de ogen van de man en de spijker in zijn pols. Het was een onthutsend beeld.

Aslander merkte dat Mila haar blik had losgemaakt van de man aan de muur. Ze keek hem aan. In haar ogen las hij haar vraag. Het was ook zijn vraag. Want hoe indrukwekkend het beeld ook was, als kunstwerk, het kon hier niet hangen. Niet aan deze muur. Niet in dit huis.
Maar het hing er.”

 

Het bronzen beeld dat kunstenaar Okke Weerstand maakte, en dat een centrale rol zal spelen in het derde deel van de Aslanderreeks, hangt nu twee weken in mijn woonkamer.
Het beeld was bedoeld als katalysator voor de gebeurtenissen in Aslander III. Nou, het werkt. Er komt iets los door het beeld. Niet alleen in het boek, maar vooral in mij. Ik ben gaan schrijven.
Okke en ik hadden bekokstoofd dat we het beeld pas onthullen zouden bij het verschijnen van het boek. Maar dat lukt me niet.
Het is nog wat vroeg, want Okke en ik zijn het plan nog aan het bedenken. Maar in de loop van de week volgt er meer. Het eerste fragment van Aslander III. En we onthullen het beeld.

 

Lees morgen het Nederlands Dagblad: Aslander II – Het laatste gezicht komt nieuw binnen in de toptien van boekhandelsketen BCB. Op de derde plaats! Daar ben je als auteur normaalgesproken natuurlijk al dolgelukkig mee, maar nu is het dubbel leuk. Want het waren natuurlijk de BCB-winkels die vorig jaar de moed hadden om in zee te gaan met een absolute beginneling in het vak. Aslander I was een mooi begin (en van een oplage van 23.000 boeken kan ik voor de rest van mijn leven alleen maar dromen…), maar dat was natuurlijk nog altijd een cadeau dat ze uit eigen zak aan hun klanten ten geschenke gaven. Nu Aslander II – Het laatste gezicht begint te lopen, worden de boekhandelaren beloond voor hun moed van vorig jaar. Dat is toch wel een soort van mooi.

 

Vandaag opent de Koningin zelve het nieuwe treinstation in Dronten. Dronten heeft een NS-station… het klinkt toch op een of andere manier als het nieuwsbericht van Herman Finkers: ‘Glanerbrug heeft kabeltelevisie! (Wanneer Glanerbrug riolering krijgt is nog niet bekend.)’ Hoe dan ook, de redactie van Dit is de dag heeft mij als Drontenaar (yeah, Ich bin ein Drontenaar) gevraagd of ik bij de gelegenheid een tekstje wilde componeren, en zowaar, dat lukte.

Profetie over Dronten

Dronten. De best verborgen wereldstad ter wereld.
Zo goed verborgen dat je het zelfs niet ziet als je er bent.
Dit land is op de tekentafel uitgedacht, met lint en lineaal.
De wereld is van klei en glas en staal. Een prachtstad, echt –

als je er eenmaal woont en niet meer terug kunt. Dan – echt –
waardeer je dat. Dit is een stad voor wie gelooft wat je niet ziet,
wie zien wil wat alvast geloofd moet worden: dat deze stad straks,
Als de trein er is, een wereldstad zal worden. Tot u spreekt uw profeet:

Voorwaar voorwaar ik zeg u: dit Dronten word een wereldstad.
En dan lach ik u uit. Dat wordt dan over pakweg honderddertig jaar,
Dus waarschijnlijk lach ik dan wat te hol en wat te hard.
Maar goed. Dan weet u dat.

Overigens is ook dat van die waardering waar. Het woont hier best. Maar ja, dat neemt na zo’n vers natuurlijk niemand meer serieus :)

 

Misschien bekijkt u deze website omdat u zich afvraagt of Aslander II, Het laatste gezicht, wat voor u is. Dan wordt dit een raar bericht. Want ik ben sinds gistermorgen onherroepelijk bezig met deel III. Hoe het gaat heten weet ik nog niet, maar dat die roman iets te maken heeft met Thera, zal duidelijk zijn. Dat mens roept in deel twee zoveel vragen op, dat ik nu echt moet weten wat daar achter zit. Ik moest alleen nog iets hebben dat als katalysator kan werken, iets dat vragen oproept en emoties.
Alweer een hele tijd geleden was ik in de werkplaats van beeldend kunstenaar Okke Weerstand, en daar zag ik een schets liggen, niet meer dan een idee. Maar het trof me als een klap in mijn gezicht. DAT WAS HET! Ik heb Okke gevraagd of ik het idee mocht gebruiken voor Aslander III. En wat doet hij… een paar weken geleden belde hij op, ik kon het wasmodel komen bekijken. Gisteren liet hij me het beeld zien, in brons. Het is verpletterend.
Ik ga het nog niet onthullen, want dan moet ik eigenlijk al iets over de afloop van deel 2 verraden. Dat komt later wel.
Ik ga een muur witten en een gat boren. Want het beeld krijgt een ereplaats in mijn huis. Omdat de afgebeelde dat verdient.

 

Omdat ik bij het Nederlands Dagblad werk, biedt die krant een mooie korting aan op Aslander II. Hol op digitale snelheid naar http://www.ndwinkel.nl/aslander2 en betaal geen € 17,90 maar € 14,95! Of snijd met een chirurgisch mes, met moordenaarsprecisie, de bon uit de krant en besluip uw dichtstbijzijnde boekhandelaar ermee. Ook bij hem geldt deze actieprijs dan – en dat scheelt bovendien dan nog weer een grijpstuiver verzendkosten. Maar wees wel snel, want dit soort acties duurt nooit lang…

 
niet beter als duijsent andere onnooselen...

niet beter als duijsent andere onnooselen...

In Aslander II komt een historische moord voor. Dubbel. Omdat hij écht gebeurd is, en omdat hij plaatsvond in 1687.
Driewegen is een dorpje onder de rook van Goes. Psychiater Egge Johannes brengt Mila en Aslander er onder in een bed & breakfast. Net als in Aslander I verraadt Mila haar historische tic. Ze stuit op de domineesmoord die Driewegen plaatsvond. Op zondagavond 11 mei 1687 werd de jonge predikant Nicolaas van de Velde in zijn huis doodgeschoten – en de verdenking ging al snel naar zijn collega ds. Jacobus de Cliever uit het nabijgelegen ’s-Heerenhoek. Deze kon het niet zetten dat veel van zijn schaapjes op zondag naar Van de Velde gingen luisteren en hij besloot de Driewegense predikant uit de weg te ruimen. Uiteindelijk werd hij gevangengezet in de Gevangenpoort in Den Haag. Voor de liefhebbers van lugubere historische details: in dezelfde cel waar nog maar een paar jaar eerder de gebroeders De Witt gevangen hadden gezeten – ook De Cliever noemt dit gegeven in een van de brieven die hij in de cel schreef. Toen de rechtszaak zich, na een verklaring van de eerst nog door hem omgekochte dokter Soetebier die naar de Oost was gevlucht, zich tegen hem keerde, benam hij zich van het leven.
Deze week bezocht ik het Nationaal Archief in ‘s-Gravenhage, waar mijn collega Marien Geelhoed (geschoold archivaris!) had ontdekt welke archiefmap de processtukken van de zaak-De Cliever bevatten. Dat was geen sinecure trouwens. Cliever wordt in de processtukken geschreven als Cliever, Kliever, Clijver, Klijver… zoeken met computers is dan al snel zinloos.
De map van deze zaak bleek uitzonderlijk dik. Dikker dan alle andere dossiers in de map bij elkaar. En – wonderlijk – ze bevatte meer dan de laatste onderzoeker van deze map beschreven heeft. C. Bijlo schreef in 1928 in het tijdschrift Ons Zeeland dat er vier handgeschreven stukken van De Cliever in de map zaten, ik telde er in elk geval zeven. Waaronder, en dat is zeer opmerkelijk, twee met korte verweren op aanklachten die tegen De Cliever waren ingebracht op de classis. Kerkelijke archiefstukken dus. Ook blijken er processtukken aanwezig die geschreven zijn door de Middelburgse Hoogbaljuw Godin, die zich persoonlijk met de zaak bemoeid had. De Crimineele Rol van Middelburg is in 1940 tijdens een grote brand verloren gegaan, maar deze stukken zijn er dus nog. Het dossier oogt – voor zover ik dat in de twee uur die ik er gezeten heb – redelijk compleet. Inclusief dus classisstukken, Zeeuwse processtukken, Hollandse processtukken, brieven, het vonnis, én de rekening van de voerman die het lijk van De Cliever naar het galgenveld sleepte, zodat het verhaal in elk geval op de plaats eindigde waar het volgens de rechter moest eindigen: onder de galg.

Het dossier-De Cliever lijkt redelijk compleet

Het lezen van de brieven van De Cliever is een bijzondere bezigheid. Zijn handschrift verraadt zijn temperament. Onregelmatig, zwierig, met doorhalingen en correcties, flamboyant en… onschuldig. Volgens De Cliever zelf dan. Hij schrijft hoe ‘amechtig’ hij eraan toe is, ‘des nachts ben ik mit koorts en hartkloppingen bevangen’, maar, schrijft hij, ‘ick loof God met blimoedigh, dewijl ick versekert ben dat Godt mij niet sal verlaten en begeven’, want: ‘ick ben niet beter als duijsent andere die onnoosel de wreedste dooden hebben moeten ondergaan en die tot een schimp en een spot voor de wereld werden’. Onnozel = onschuldig.
Wie de brieven leest, raakt erdoor gefascineerd. Je kunt dus het geloof eindeloos misbruiken, zelfs om een gepleegde moord vroom toe te dekken. Of… of is De Cliever echt onschuldig? Hij voert in zijn brieven zaken aan tot zijn verweer die tot nadenken stemmen.
Zijn tijdgenoten oordeelden anders. Het vonnis telt goed en wel een kantje – des doods schuldig. Helaas was de dader niet alleen voor de rechter geweest, hij was de rechter ook voor geweest.
En in ‘Den dubbelden en vermeerderden Goese naghtegaal’, een liederenbundel van kort na 1711, wordt de zaak nog eens uit de doeken gedaan, vet en ranzig en met een duidelijk moreel oordeel, zoals dat een smartlap uit die dagen betaamde. Het eindigt zo:

Toen is den Moorder weg-gegaen,
Soo dra het Licht was uytgedaen.

Daer leyt hy nu seer droevig gevelt;
Treurt Ovesand, Drywegen!
Gy hebt verlooren een deftig Helt,
Die u staeg quam bewegen,
Die u bewoog tot in de Ziel,
Gedenk eens nu, wat u ontviel.

Gy hebt verlooren uw beste Pant;
Maer wilt gaen overwegen,
Dat hy u heeft al ingeplant
Van Godt en sijne wegen;
Hy heeft sijn Werk nu afgeleyt,
En rust by Godt in d’ Eeuwigheyt.

Heerlijk. Er zijn zoveel schitterende, dramatische details over deze moord bekend, dat ik vermoed dat ik er nog wel een keer op terug ga komen.

 

De eerste exemplaren

Gisteren met de beide uitgeefpeters (ook de rechterhand van Peter de Uitgevert heet Peter) naar de drukkerij geweest om mijn boek op te halen. Yes.
Uniek omslag. De drukker – en dat is toch een van de twee grootste in Nederland – had nog nooit zóiets gedaan. Een omslag dat aan twee kanten te gebruiken is… uniek. En prijzig trouwens, maar dat ontdekte ik pas gisteren, toen ik aan een lange statafel zes mensen bezig zag met… vouwen. Dat is namelijk, vertelde drukker Has van den Camp ons, bij paperbacks handwerk. Die mensen hebben dus duizenden Aslanders van een omslag zitten verknutselen. Maar het ziet er wel weer heel gaaf uit: stapels witte en stapels zwarte varianten van hetzelfde boek. En dat allemaal dankzij boekhandelaar Joost Goedhart, die de discussie aanzwengelde over de verkoopbaarheid van zwarte omslagen. Bedankt Joost! En Peter natuurlijk, voor de briljante oplossing :)

© 2012 Rien van den Berg